De bijstandsuitkering en de kostendelersnorm, hoe werkt het?

De bijstandsuitkering en de kostendelersnorm, hoe werkt het?

Sinds 2015 is de bijstandsuitkering geregeld in de Participatiewet. Deze wet is erop gericht dat zoveel mogelijk mensen een baan vinden. Een baan draagt bij aan de eigenwaarde van mensen en daarnaast ook aan de gelijkheid in de samenleving. Soms is het echter niet mogelijk om te werken en dan is het fijn dat er een vangnet bestaat als de Pw-uitkering.

Het aanvragen
Het aanvragen van deze uitkering gaat in de meeste gevallen via het UWV. Met je DigiD kun je via de site www.werk.nl deze uitkering aanvragen. Er moeten ook heel wat bijlagen worden bijgevoegd. Na de aanmelding zul je in de meeste gevallen worden opgeroepen voor een persoonlijk gesprek, waarna de betreffende gemeente de aanvraag verder in behandeling zal nemen. De uitkering wordt nooit met terugwerkende kracht toegekend, daarom is het van belang om zo snel mogelijk actie te ondernemen wanneer er recht bestaat.

 Vangnetfunctie
De Participatiewet is een vangnet wat betekend dat er geen andere uitkering mogelijk is, zoals WW, ZW of Wajong. De gemeente bepaald of u de PW uitkering krijgt of niet. Wanneer er sprake is van een eigen woning, kan er – onder voorwaarden – ook recht bestaan op een PW uitkering of bijzondere bijstand.

Kostendelersnorm
Bij het toekennen van een PW uitkering wordt tevens rekening gehouden met de kostendelersnorm. Dit houdt in dat er gekeken wordt of er andere bewoners in huis zijn die inkomen hebben. Dit gaat pas tellen bij inwoners van 21 jaar en ouder. Er kan dus een vervelende situatie ontstaan wanneer een thuiswonende zoon of dochter de leeftijd van 21 jaar bereikt én zelf inkomen heeft. Dit betreft overigens alleen inkomen uit werk of uitkering. Studiefinanciering wordt niet gezien als inkomen.

Rekenvoorbeeld
De berekening die wordt toegepast voor de kostendelersnorm is als volgt:
(40% + (A x 30%) x B
—————————-
                 A
A = Aantal meerderjarige kostendelende personen dat dezelfde woning als hoofdverblijf heeft.
B = De rekennorm. Dit betreft de toepasselijke gehuwdennorm (dus niet de alleenstaandennorm!!)

Een voorbeeld uit de praktijk (bedragen 2020) voor een alleenstaande moeder met een dochter van 21 en een zoon van 23 jaar:
(40% + (3 (A: moeder + 2 kinderen) x 30%) = 130%) x €  1.503,31 (B: PW norm gehuwden) / 3 = 651,43

De moeder ontvangt nu € 651,43 i.p.v. 1052,32 – wat zij zou ontvangen als alleenstaande ouder met kinderen onder de 21. Ook het vakantiegeld gaat hierdoor omlaag want dit bedraagt 5% van de genoemde bedragen.

Kostgeld
Hoe dan ook zullen de kinderen best fors moeten gaan bijdragen in de woonlasten. Dit kan heel zuur zijn wanneer je daar geen rekening mee gehouden hebt. Toch is het aan de andere kant het voor de kinderen altijd nog voordeliger dan zelfstandig te gaan wonen. De leeftijd van 21 is zorgvuldig gekozen en het heeft ook een andere kijk nodig op de situatie, waardoor er meer begrip kan gaan ontstaan.

18 jaar
Wanneer dit ook nog samenvalt met een kind dat 18 jaar wordt, dan heeft dit helemaal vervelende gevolgen voor de alleenstaande ouder. Maar daarover in een latere blog meer.